})
035 781 0070 info@evolvers.nl
Consultancy 1-1 : Maak jezelf misbaar

Consultancy 1-1 : Maak jezelf misbaar

Maak jezelf misbaar — de paradox die elke consultant zou moeten omarmen

Je bent ingehuurd vanwege je expertise. Je lost problemen op die de organisatie zelf niet aankan. Je bent onmisbaar? En toch is de beste beweging die je kunt maken, ervoor zorgen dat ze je niet meer nodig hebben.

Klinkt tegenstrijdig? Dat is het ook. Maar het is de kern van wat consultancy op zijn best inhoudt, althans, zo zie ik het al mijn hele werkende leven.

Echte waarde zit in een goede basis

Een tijdelijke oplossing bieden is simpel. De klant blij maken vandaag, factuur sturen, doei. Maar een consultant die écht het verschil maakt, bouwt iets dat blijft staan nadat hij of zij allang vertrokken is. Systemen, processen, kennis — zodat de organisatie er zelf mee vooruit kan.

Dat is niet het einde van je opdracht. Dat is de kroon op je werk.

Vertrouwen als bijproduct van loslaten

In de praktijk is dit natuurlijk anders: veel adviseurs zijn onbewust gebaat bij afhankelijkheid. Hoe langer de klant je nodig heeft, hoe meer facturen je kan sturen. Begrijpelijk, maar niet slim, vooral niet op de lange termijn.

Wanneer je actief werkt aan het overdragen van kennis en het opbouwen van zelfstandigheid bij jouw klant, bouw je iets veel waardevollers: vertrouwen. Klanten die zien dat jij hun lange termijn belang vooropstelt, komen terug. En ze sturen anderen naar je toe. Los van die voordelen, deze werkwijze is veel echter en voor mij persoonlijk ook veel plezieriger.

Het gaat niet om jou. Het gaat om je klant. En om niets anders. Maar blijkbaar is dit niet voor iedereen vanzelfsprekend.

Diversiteit in uitdagingen houd je scherp

Er is nog een voordeel van jezelf misbaar maken dat zelden wordt benoemd: je eigen ontwikkeling. Als jij een project netjes afrondt en het team staat er zelfstandig voor, kun je door naar de volgende uitdaging. Een nieuwe sector, een nieuw probleem, een nieuwe kans om te leren.

Consultants die vastklampen aan opdrachten worden langzaam onderdeel van het meubilair wat weer invloed heeft op effectiviteit en objectiviteit. Consultants die loslaten, groeien.

Hoe doe je dat dan — jezelf misbaar maken?

  • Opleiden — Deel je kennis actief. Niet als gunst, maar als strategisch onderdeel van elke opdracht. Workshops, mentortrajecten, gewoon uitleg geven: alles telt.
  • Documenteren — Zorg dat processen, beslissingen en best practices vastliggen. Niet in jouw hoofd, maar op papier (of in een systeem). Zodat het team er zonder jou mee verder kan.
  • Faciliteren in plaats van dicteren — Betrek het team bij beslissingen. Niet omdat het gezellig is, maar omdat je zo samen oplossingen neerzet die gedragen worden. Dat is de investering die rendeert nadat je weg bent.
  • Meet de impact — Zet systemen op waarmee het team zelf kan meten of ze op koers liggen. Zo kunnen ze bijsturen zonder dat jij daarvoor nodig bent.
  • Creëer de juiste cultuur — Zorg dat deze cultuur gebaseerd wordt op initiatief tonen en verantwoordelijkheid nemen. Dit is vaak het eerste punt dat ik aanpak, vaak zijn teams meer dat genoeg is staat om verantwoordelijkheid te nemen en initiatief te tonen maar voelen ze deze vrijheid niet. Help ze hierbij.

Conclusie: misbaar zijn is je sterkste USP

Jezelf misbaar maken is geen teken van zwakte. Het is het bewijs dat je weet wat je doet. Het laat zien dat je niet werkt vanuit eigenbelang, maar vanuit vakmanschap en oprechte betrokkenheid bij het succes van je klant.

Wij geloven bij Evolvers dat verandering alleen beklijft als mensen mede aan het stuur staan. Onze rol is om hen daarin te faciliteren — en daarna op gepaste afstand toe te kijken hoe ze het beter doen dan ze zelf dachten.

Wil je weten hoe wij dat aanpakken? Neem gerust contact op of lees meer op evolvers.nl.

Teams die meer zijn dan de som der delen

Teams die meer zijn dan de som der delen

Teams die meer zijn dan de som der delen

Als ik een effectief team samenstel of een bestaand team overneem, kijk ik nooit als eerste naar cv’s of certificaten. Natuurlijk zijn die belangrijk, maar ze vertellen me maar een deel van het verhaal. Ik wil vooral zien hoe mensen samen werken, of er energie ontstaat als ze met elkaar aan tafel zitten, en of ze dezelfde drive voelen om een doel te bereiken.

Voor mij is een goed team altijd meer dan de som der delen. Dat is wat vaak “holistisch” wordt genoemd – een woord waar ik jeuk van kan krijgen, maar het beschrijft wél precies wat ik bedoel: het geheel doet iets wat de losse onderdelen nooit alleen zouden kunnen.

Verschillende types, gedeelde motivatie

In een team heb je verschillende karakters nodig: de stuiterbal, de kritische “azijnzeiker”, de rustbrenger, de verbinder. Als iedereen op elkaar lijkt, wordt het gezellig, maar gebeurt er weinig.

Onderzoek naar teamcompositie laat zien dat diversiteit in persoonlijkheid en perspectief de kwaliteit van besluiten en oplossingen verhoogt, mits er voldoende psychologische veiligheid is. Ik herken dat volledig:

  • De stuiterbal brengt energie en ideeën.
  • De kritische stem voorkomt dat we naïeve keuzes maken.
  • De rustbrenger bewaakt de balans

Wat iedereen wél gemeen moet hebben, is de intrinsieke motivatie om bij te dragen aan hetzelfde doel en een no nonsens grondhouding. Als die ontbreekt, wordt zelfs het beste samengestelde team een optelsom van ego’s.

Het voorbeeld van vier interne mensen vs. twaalf externen

Een van de dingen die ik vaak zie, is dat organisaties denken dat ze “meer handen” nodig hebben en dan een leger externen inhuren. Uiteindelijk blijkt dat een kleiner intern team, met de juiste samenstelling en motivatie, veel effectiever is.

Ik heb meerdere keren met een klein intern team meer bereikt dan met grote externe clubs:

  • Omdat we korte lijnen hadden en sneller besluiten konden nemen.
  • Omdat iedereen de context kende en zich verantwoordelijk voelde voor het geheel.
  • Omdat we elkaar durfden aan te spreken op gedrag en resultaat.

Dat sluit aan bij de gedachte uit de Theory of Constraints: het draait niet om de hoeveelheid resources, maar om hoe je het echte knelpunt in de keten aanpakt. Een goed op elkaar ingespeeld team is vaak de beste manier om die bottleneck structureel weg te nemen.

Selecteren op karakter en potentieel

Bij selectie let ik nadrukkelijk op:

  • Hoe iemand praat over eerdere teams: “ik” of “wij”
  • Hoe iemand praat over een (andere) werkgever.
  • De houding en oogopslag, kijk dit persoon jou aan, is er contact?
  • Hoe iemand reageert op tegenspraak. Durven zij hun eerlijke mening te geven.
  • Of iemand energie krijgt van verandering of vooral weerstand voelt.
  • Of iemand een echte passie heeft, kantklossen, uit een vliegtuig springen, het maakt niet uit, als bij dat onderwerp iemands ziel maar oplicht via de ogen.

Natuurlijk kijk ik ook naar ervaring en skills, maar ik geloof dat je veel kunt leren als je de juiste houding hebt. Andersom heb ik vaker problemen gezien met zeer ervaren mensen die niet willen bewegen dan met minder ervaren mensen die graag willen leren. Senioriteit zit niet in het aantal dienstjaren maar in gedrag.

Is jouw team meer dan de som der delen?

Ik stel mezelf geregeld vier vragen over een team:

  1.  Zijn zij intrinsiek gemotiveerd?
  2. Zou ik met precies deze mensen een moeilijk traject nog een keer aandurven?
  3. Spreken ze elkaar uit zichzelf aan op gedrag en resultaat, zonder dat ik ertussen hoef te zitten?
  4. Krijgt dit team energie van samenwerken, of kost het vooral energie?

Als ik hier eerlijk “ja” op kan antwoorden, weet ik dat de basis goed is. En dan zie je in de praktijk dat zo’n team vaak meer bereikt dan je op basis van individuele cv’s ooit had kunnen voorspellen.

Wil je weten hoe je als leider de basis legt voor zo’n effectief team? Lees ook: Dienend leiderschap: corvee weghalen en vertrouwen bouwen.

Wat is jullie ervaring met dit onderwerp?

Wil jij weten hoe Evolvers organisaties helpt met veranderopgaven? www.evolvers.nl

#teambuilding

#hetwinnendeteam

#werkplezier

Herken je de situatie? Laten we praten.

Geen verkooppraatje. Gewoon een open gesprek over waar je staat en waar je naartoe wilt. Neem contact op — we reageren binnen één werkdag.

Contact opnemen

Falende transformaties

Falende transformaties

Waarom 70% van digitale transformaties mislukt – en hoe ik het wél werkend krijg

Als ik ergens binnenkom, is er bijna altijd "een transformatie" gaande. Nieuwe systemen, nieuwe processen, nieuwe manier van samenwerken. En toch zie ik keer op keer hetzelfde patroon: veel energie aan de voorkant, weinig echte verandering aan de achterkant. Het is geen toeval dat een groot deel van de digitale transformaties strandt voordat de beloofde waarde echt wordt gerealiseerd[1].

In mijn 23 jaar ervaring in IT heeft dat zelden met techniek te maken. De techniek is meestal goed genoeg. Het probleem zit in drie dingen: gebrek aan focus, onnodige complexiteit en onvoldoende adoptie. Organisaties willen te veel tegelijk, maken het te ingewikkeld en onderschatten hoeveel tijd en aandacht het kost om mensen echt mee te krijgen[2].

Focus: maximaal drie échte doelen

Ik hanteer altijd een simpele regel: maximaal drie strategische doelen. Niet dertig projecten, maar drie doelen waar alles onder hangt. Dat lijkt een arbitraal getal, maar het dwingt tot kiezen. En kiezen is precies waar het vaak misgaat.

Die gedachte sluit aan bij het Pareto-principe: een klein aantal oorzaken is verantwoordelijk voor een groot deel van het resultaat. In verandertrajecten zie ik hetzelfde: een paar goed gekozen prioriteiten leveren veel meer op dan een lange lijst initiatieven waar niemand meer zicht op heeft[3].

Concreet betekent dit voor mij:

• De board formuleert drie duidelijke bedrijfsdoelen

• Alle grote initiatieven moeten aantoonbaar bijdragen aan minimaal één van die doelen

• Projecten zonder duidelijke bijdrage schuiven we naar achteren of stoppen we

Dat klinkt hard, maar het alternatief is een organisatie die overal een beetje aan werkt en nergens echt doorpakt. Ik heb het te vaak gezien: bedrijven met twintig projecten in één kwartaal bij een mkb-organisatie met vijftig man. Dan is iedereen alleen maar bezig met ontwikkelen en projectwerk, terwijl het dagelijkse beheer compleet wordt ondergesneuwd[2].

Eenvoud: we maken het zelf te moeilijk

De tweede oorzaak is dat we het te moeilijk maken. Plansheets vol met afhankelijkheden, modellen en jargon. Terwijl medewerkers vooral willen weten: wat verandert er voor mij, waarom doen we dit en wat levert het op voor onze klant?

De Theory of Constraints van Eliyahu Goldratt helpt hier: kijk niet overal tegelijk, maar zoek de echte bottleneck in je organisatie of proces en verbeter dáár[4][5]. In plaats van tien projecten om "efficiënter te worden", zoom ik liever in op één cruciale keten en zoek ik daar de beperkende factor.

Vaak is dat geen technologie, maar bijvoorbeeld:

• Een approvalproces dat weken kost

• Een team dat structureel overbelast is

• Onheldere besluitvorming waardoor niets echt wordt afgehamerd

Door op die bottleneck te focussen, wordt de hele keten beter. Dat is vele malen krachtiger dan overal 5% verbetering proberen te forceren. Zoals Goldratt het beschrijft: een keten is zo sterk als de zwakste schakel, dus je moet die zwakste schakel versterken[4].

Adoptie: veranderen is gedrag, niet software

De derde oorzaak is adoptie. Nieuwe tooling uitrollen is relatief makkelijk. Gedrag veranderen is moeilijk. Toch wordt daar vaak het minste in geïnvesteerd.

Veranderliteratuur benadrukt al jaren dat zonder urgentie, betrokken leiderschap en verankering in de dagelijkse praktijk, trajecten mislukken. John Kotter beschrijft in zijn 8-stappenmodel dat succesvolle verandering begint met het creëren van een gevoel van urgentie en het vormen van een leidende coalitie[6][7]. Pas daarna kun je een visie ontwikkelen en communiceren.

Ik let daarom bewust op:

• Intrinsieke motivatie: snappen mensen zélf waarom dit nuttig is of doen ze mee "omdat het moet"?

• Betrokkenheid bij ontwerp: hoe eerder mensen kunnen meedenken, hoe groter de kans dat ze zich eigenaar voelen

• Simpel en concreet: ik vertaal grote programma's naar heldere, haalbare stappen per team

In de praktijk zie ik dat terug: programma's waarvan "iemand" heeft bedacht dat het een goed idee is, maar waar de rest van de organisatie vooral last van heeft. Die trajecten stranden zonder uitzondering.

Mijn vuistregels om transformaties wél te laten slagen

Wanneer ik een verandertraject oppak, hanteer ik grofweg deze vuistregels:

1. Beperk je tot drie strategische doelen; alles wat je doet moet daaraan bijdragen

2. Zoek de echte bottleneck in de keten en begin daar

3. Houd het zo simpel mogelijk in taal, stappen en tooling

4. Investeer bewust in adoptie: uitleg, betrokkenheid, training, feedback

Techniek is zelden het probleem. De manier waarop we kiezen, vereenvoudigen en mensen meenemen, maakt het verschil tussen een mooie powerpoint en echte verandering.

Veel praten over goede dingen leidt tot weinig actie. Cordaat optreden, maximaal drie trajecten kiezen en die echt doorpakken: dat is hoe je transformaties laat slagen[2].

Referenties

[1] Splunk. (2025). The Theory of Constraints: The Complete Guide. https://www.splunk.com/en_us/blog/learn/theory-of-constraints.html

[2] Epker, B. (2026). Transcript Rise Talks podcast aflevering 11. Persoonlijk interview.

[3] Lean Production. (n.d.). Theory of Constraints (TOC). https://www.leanproduction.com/theory-of-constraints/

[4] TOC Institute. (n.d.). Theory of Constraints of Eliyahu M. Goldratt. https://www.tocinstitute.org/theory-of-constraints.html

[5] Lean.org. (2021). What is the Theory of Constraints, and How Does it Compare to Lean Thinking? https://www.lean.org/the-lean-post/articles/what-is-the-theory-of-constraints-and-how-does-it-compare-to-lean-thinking/

[6] Managementmodellensite.nl. (2023). Acht veranderstappen van Kotter. https://managementmodellensite.nl/acht-veranderstappen-kotter/

[7] LeanPeople. (2025). 8 stappen van Kotter: succesvol verandertrajecten leiden. https://leanpeople.nl/8-stappen-van-kotter/

Dienend leiderschap: corvee weghalen en vertrouwen bouwen

Dienend leiderschap: corvee weghalen en vertrouwen bouwen

Dienend leiderschap: corvee weghalen en vertrouwen bouwen

Ik heb nooit de ambitie gehad om manager te worden, maar ik werd het vrij vaak waar ik binnenkwam. Niet omdat ik per se “de baas” wilde zijn, maar omdat er dingen geregeld moesten worden en ik het dan maar oppakte. Die houding heeft mijn kijk op leiderschap gevormd: leiderschap is voor mij in de kern dienend, soms functioneel hiërarchisch en altijd situationeel. Als leider moet je in staat zijn doel te bepalen en jouw team(s) hierin mee te nemen en te faciliteren, wat hebben ze nodig om te kunnen presteren, zowel in middelen als emotioneel.

Mijn werk als leider draait niet om sturen op afstand, maar om het wegnemen van belemmeringen zodat mensen hun werk zo goed mogelijk kunnen doen. Dat klinkt eenvoudig, maar vraagt heel bewust gedrag.

Wat dienend leiderschap voor mij betekent

Dienend leiderschap is als concept al lang beschreven door Robert Greenleaf: de leider staat in dienst van zijn mensen, helpt hen groeien en zet het belang van het team boven zijn eigen ego. In de praktijk betekent dat voor mij onder andere:

  • Ik voel me verantwoordelijk voor het corvee: bureaucratie, ruis, onduidelijkheid.
  • Ik zie het als mijn taak om obstakels weg te nemen, niet om taken over de schutting te gooien.
  • Ik investeer bewust in vertrouwen door toegankelijk te zijn en mezelf ook kwetsbaar op te stellen.

Dat lijkt misschien soft, maar het effect is keihard: hogere productiviteit, minder verzuim, meer eigenaarschap en betere resultaten. Moderne onderzoeken naar dienend leiderschap laten zien dat teams met zo’n leider meer betrokken en innovatiever zijn.

Gedrag benoemen en psychologische veiligheid

Een belangrijke component in mijn eigen stijl is gedrag bespreekbaar maken. Niet alleen in functioneringsgesprekken, maar dagelijks, door kleine observaties en de directe opvolging daarvan.

Psychologische veiligheid – het gevoel dat je zonder angst fouten, twijfels en ideeën kunt delen is volgens Amy Edmondson een sleutel voor lerende en presterende teams. Die veiligheid ontstaat niet vanzelf; je bouwt deze door:

  • Fouten te zien als leermomenten, niet als aanleiding voor schuldvragen.
  • Zelf ook toe te geven wanneer je iets verkeerd inschat.
  • Mensen uit te nodigen om het oneens te zijn met jou of elkaar, als dit respectvol gebeurd brengt dit waarde toe. Maar dit vraagt wel wat van de mensen, over ego’s heen stappen, over hiërarchische verhoudingen. Leid dit dus goed in banen anders komt het net zo hard terug, maar dan negatief.

In gesprekken met teams stel ik dus niet alleen de vraag “Wat ging er goed?”, maar ook: “Waar lopen jullie op vast, en wat heb je van mij nodig om verder te komen?” Dat is dienend leiderschap in actie.

Top-down én bottom-up

Vaak wordt leiderschap gepresenteerd als of-of: of heel directief, of volledig zelf organiserend. In mijn ervaring werkt het beter als een hybride benadering.

  • Top-down: de directie en leidinggevenden hebben de verantwoordelijkheid om richting te geven en duidelijke keuzes te maken.
  • Bottom-up: de mensen op de werkvloer weten als geen ander wat er in de operatie speelt en wat klanten nodig hebben.

Dienend leiderschap verbindt die twee werelden. Je luistert goed naar de werkvloer én je helpt de strategie van boven concreet maken. Je bent daarmee schakel én facilitator, niet alleen beslisser.

Praktische gewoontes

Een paar simpele gewoontes die mij helpen om dit dienend leiderschap dagelijks te laten zien:

  • Frequent vraag ik aan mijn team: “Wat is nu jullie grootste obstakel, en wat kan ik voor jullie oplossen?”
  • Ik maak tijd voor informele gesprekken waarin werk en de mens achter de collega aan bod komen. De een bestaat niet zonder de ander.
  • Wanneer een teamlid ergens meezit ben ik beschikbaar en maak ik enigszins mogelijk direct tijd voor ze vrij. Ik ben er voor hen, niet andersom.
  • Ik elimineer negatief gedrag per direct en doe dat publiekelijk. Heel veel mensen storen zich aan dergelijk gedrag, het aanpakken hiervan is de basis van een gezamenlijk te vormen bedrijfs-, afdelingscultuur. Hetzelfde geldt voor positief gedrag. Samen schept dit de kaders waarbinnen een team wil werken, zich veilig en plezierig voelt.
  • Dienend leiderschap is geen rolomschrijving op LinkedIn, maar iets wat je elke dag doet. Door consequent het belang van je team voorop te zetten, zorg je dat zij het beste werk kunnen leveren en dat is uiteindelijk waar elke organisatie beter van wordt.
  • Stel gezamenlijke, concrete doelen op (maximaal 3) dikt schept gezamenlijkheid, duidelijkheid en eenheid

 

 

 

Van IT-nerd naar businesspartner: het echte snijvlak van business en IT

Van IT-nerd naar businesspartner: het echte snijvlak van business en IT

Van IT-nerd naar echte businesspartner

Ik ben mijn carrière begonnen als typische IT’er: technisch, inhoudelijk gedreven, gefocust op systemen en oplossingen. Pas later besefte ik dat ik pas echt waarde toevoegde toen ik ging begrijpen wat er vóór en ná mijn stukje in de keten gebeurde. Dat was voor mij de stap naar IT businesspartner worden: de rol waarbij techniek en business werkelijk samenkomen.

Die ontwikkeling is geen luxe meer, maar noodzaak. Organisaties verwachten dat IT niet alleen “de boel draaiend houdt”, maar actief meedenkt over waardecreatie, innovatie en klantervaring.

De keten zien: voor en na jouw taken en rollen.

Al vroeg in mijn loopbaan had ik de neiging om te vragen: wat gebeurt er met mijn werk nadat ik klaar ben? En wat gebeurt er eigenlijk ervoor?

Niet iedereen vond dat nodig. Ik kreeg opmerkingen als: “Jij hoeft dat toch niet te weten, dit zijn nou eenmaal jouw taken.” Maar ik merkte dat ik alleen goede keuzes kon maken als ik de context kende:

Welke klant raakt dit?
Welke afdeling heeft last van vertraging?
Hoe verdient het bedrijf hier eigenlijk geld mee?
Die nieuwsgierigheid heeft me uiteindelijk naar een bedrijfskundige studie geleid. Daarmee kon ik mijn IT-kennis koppelen aan inzicht in processen, financiën en menskant.

Weg van de leverancierrol

Er is een periode geweest waarin IT zich vaak opstelde als leverancier: “De business weet toch niks van IT, wij regelen het wel.” Dat leidt tot afstand, frustratie en misverstanden.

Business–IT alignment vraagt een ander beeld: IT als partner. Dat betekent:

  • De business begrijpt wat technisch mogelijk is en welke risico’s daarbij horen.
  • IT begrijpt hoe de business werkt, waar klanten van wakker liggen en waar het geld verdiend wordt.
    Beslissingen worden samen genomen in plaats van over en weer gegooid.
  • Agile werken helpt hierbij: door business en IT in één multidisciplinair team te zetten, ontstaan gezamenlijke verantwoordelijkheid en snellere feedbackloops. Meer over dit concept lees je in het Agile Manifesto.

De T-shaped IT-leider

De moderne IT-leider is in mijn ogen een T-shaped professional:

  • Diepe kennis in IT (de verticale poot van de T)
  • Breed begrip van business, processen en mensen (de horizontale balk).

Die combinatie maakt dat je:

  • Strategische gesprekken met de directie kunt voeren.
  • Tegelijk op de werkvloer snapt wat een wijziging betekent voor een medewerker in de operatie.
  • Technologische keuzes kunt vertalen naar begrijpelijke impact voor de business.

Literatuur over digitale transformatie benadrukt dat zulke T-shaped leiders cruciaal zijn om techniek en strategie duurzaam te verbinden.

Drie praktische stappen naar meer businesspartner‑schap

Voor IT’ers en IT-leiders die dezelfde beweging willen maken, zie ik drie praktische stappen:

  1. Loop mee in de operatie: ga letterlijk een dag naast een eindgebruiker zitten en kijk hoe jouw systemen hun werk beïnvloeden.
  2. Leer de taal van finance, sales en operations: je hoeft geen expert te worden, maar wel voldoende begrijpen om mee te praten over impact en waarde.
  3. Stel structureel de vraag “waarom doen we dit?” voordat je in de “hoe” duikt.

Op het moment dat je oprecht nieuwsgierig bent naar de business en niet alleen trots bent op de techniek, verandert je rol. Dan ben je geen leverancier meer, maar een volwaardige businesspartner – en dat is precies wat organisaties vandaag nodig hebben. Ontdek hoe Evolvers IT-professionals helpt groeien naar deze rol.

Herken je de situatie? Laten we praten.

Geen verkooppraatje. Gewoon een open gesprek over waar je staat en waar je naartoe wilt. Neem contact op — we reageren binnen één werkdag.

Contact opnemen