})
Teams die meer zijn dan de som der delen

Teams die meer zijn dan de som der delen

Teams die meer zijn dan de som der delen

Als ik een effectief team samenstel of een bestaand team overneem, kijk ik nooit als eerste naar cv’s of certificaten. Natuurlijk zijn die belangrijk, maar ze vertellen me maar een deel van het verhaal. Ik wil vooral zien hoe mensen samen werken, of er energie ontstaat als ze met elkaar aan tafel zitten, en of ze dezelfde drive voelen om een doel te bereiken.

Voor mij is een goed team altijd meer dan de som der delen. Dat is wat vaak “holistisch” wordt genoemd – een woord waar ik jeuk van kan krijgen, maar het beschrijft wél precies wat ik bedoel: het geheel doet iets wat de losse onderdelen nooit alleen zouden kunnen.

Verschillende types, gedeelde motivatie

In een team heb je verschillende karakters nodig: de stuiterbal, de kritische “azijnzeiker”, de rustbrenger, de verbinder. Als iedereen op elkaar lijkt, wordt het gezellig, maar gebeurt er weinig.

Onderzoek naar teamcompositie laat zien dat diversiteit in persoonlijkheid en perspectief de kwaliteit van besluiten en oplossingen verhoogt, mits er voldoende psychologische veiligheid is. Ik herken dat volledig:

  • De stuiterbal brengt energie en ideeën.
  • De kritische stem voorkomt dat we naïeve keuzes maken.
  • De rustbrenger bewaakt de balans

Wat iedereen wél gemeen moet hebben, is de intrinsieke motivatie om bij te dragen aan hetzelfde doel en een no nonsens grondhouding. Als die ontbreekt, wordt zelfs het beste samengestelde team een optelsom van ego’s.

Het voorbeeld van vier interne mensen vs. twaalf externen

Een van de dingen die ik vaak zie, is dat organisaties denken dat ze “meer handen” nodig hebben en dan een leger externen inhuren. Uiteindelijk blijkt dat een kleiner intern team, met de juiste samenstelling en motivatie, veel effectiever is.

Ik heb meerdere keren met een klein intern team meer bereikt dan met grote externe clubs:

  • Omdat we korte lijnen hadden en sneller besluiten konden nemen.
  • Omdat iedereen de context kende en zich verantwoordelijk voelde voor het geheel.
  • Omdat we elkaar durfden aan te spreken op gedrag en resultaat.

Dat sluit aan bij de gedachte uit de Theory of Constraints: het draait niet om de hoeveelheid resources, maar om hoe je het echte knelpunt in de keten aanpakt. Een goed op elkaar ingespeeld team is vaak de beste manier om die bottleneck structureel weg te nemen.

Selecteren op karakter en potentieel

Bij selectie let ik nadrukkelijk op:

  • Hoe iemand praat over eerdere teams: “ik” of “wij”
  • Hoe iemand praat over een (andere) werkgever.
  • De houding en oogopslag, kijk dit persoon jou aan, is er contact?
  • Hoe iemand reageert op tegenspraak. Durven zij hun eerlijke mening te geven.
  • Of iemand energie krijgt van verandering of vooral weerstand voelt.
  • Of iemand een echte passie heeft, kantklossen, uit een vliegtuig springen, het maakt niet uit, als bij dat onderwerp iemands ziel maar oplicht via de ogen.

Natuurlijk kijk ik ook naar ervaring en skills, maar ik geloof dat je veel kunt leren als je de juiste houding hebt. Andersom heb ik vaker problemen gezien met zeer ervaren mensen die niet willen bewegen dan met minder ervaren mensen die graag willen leren. Senioriteit zit niet in het aantal dienstjaren maar in gedrag.

Is jouw team meer dan de som der delen?

Ik stel mezelf geregeld drie vragen over een team:

  1. Zou ik met precies deze mensen een moeilijk traject nog een keer aandurven?
  2. Spreken ze elkaar uit zichzelf aan op gedrag en resultaat, zonder dat ik ertussen hoef te zitten?
  3. Krijgt dit team energie van samenwerken, of kost het vooral energie?

Als ik hier eerlijk “ja” op kan antwoorden, weet ik dat de basis goed is. En dan zie je in de praktijk dat zo’n team vaak meer bereikt dan je op basis van individuele cv’s ooit had kunnen voorspellen.

Wil je weten hoe je als leider de basis legt voor zo’n effectief team? Lees ook: Dienend leiderschap: corvee weghalen en vertrouwen bouwen.

Herken je de situatie? Laten we praten.

Geen verkooppraatje. Gewoon een open gesprek over waar je staat en waar je naartoe wilt. Neem contact op — we reageren binnen één werkdag.

Contact opnemen

Dienend leiderschap: corvee weghalen en vertrouwen bouwen

Dienend leiderschap: corvee weghalen en vertrouwen bouwen

Dienend leiderschap: corvee weghalen en vertrouwen bouwen

Ik heb nooit de ambitie gehad om manager te worden, maar ik werd het vrijwel overal waar ik binnenkwam. Niet omdat ik per se “de baas” wilde zijn, maar omdat er dingen geregeld moesten worden en ik het dan maar oppakte. Die houding heeft mijn kijk op leiderschap gevormd: leiderschap is voor mij in de kern dienend.

Mijn werk als leider draait niet om sturen op afstand, maar om het wegnemen van belemmeringen zodat mensen hun werk zo goed mogelijk kunnen doen. Dat klinkt eenvoudig, maar vraagt veel bewust gedrag.

Wat dienend leiderschap voor mij betekent

Dienend leiderschap is als concept al lang beschreven door Robert Greenleaf: de leider staat in dienst van zijn mensen, helpt hen groeien en zet het belang van het team boven zijn eigen ego. In de praktijk betekent dat voor mij onder andere:

  • Ik voel me verantwoordelijk voor het corvee: bureaucratie, ruis, onduidelijkheid.
  • Ik zie het als mijn taak om obstakels weg te nemen, niet om taken over de schutting te gooien.
  • Ik investeer bewust in vertrouwen door toegankelijk te zijn en mezelf ook kwetsbaar op te stellen.

Dat lijkt misschien soft, maar het effect is keihard: hogere productiviteit, minder verzuim, meer eigenaarschap en betere resultaten. Moderne onderzoeken naar dienend leiderschap laten zien dat teams met zo’n leider meer betrokken en innovatiever zijn.

Gedrag benoemen en psychologische veiligheid

Een belangrijke component in mijn stijl is gedrag bespreekbaar maken. Niet alleen in functioneringsgesprekken, maar dagelijks, in kleine observaties.

Psychologische veiligheid – het gevoel dat je zonder angst fouten, twijfels en ideeën kunt delen – is volgens Amy Edmondson een sleutel voor lerende en presterende teams. Die veiligheid ontstaat niet vanzelf; je bouwt haar door:

Fouten te zien als leermomenten, niet als aanleiding voor schuldvragen.

Zelf ook toe te geven wanneer je iets verkeerd inschat.
Mensen uit te nodigen om het oneens te zijn met jou of elkaar.
In gesprekken met teams stel ik dus niet alleen de vraag “Wat ging er goed?”, maar ook: “Waar lopen jullie op vast, en wat heb je van mij nodig om verder te komen?” Dat is dienend leiderschap in actie.

Top-down én bottom-up

Vaak wordt leiderschap gepresenteerd als of-of: of heel directief, of volledig zelforganiserend. In mijn ervaring werkt het beter als een én-én benadering.

Top-down: de directie en leidinggevenden hebben de verantwoordelijkheid om richting te geven en duidelijke keuzes te maken.

Bottom-up: de mensen op de werkvloer weten als geen ander wat er in de operatie speelt en wat klanten nodig hebben.
Dienend leiderschap verbindt die twee werelden. Je luistert goed naar de werkvloer én je helpt de strategie van boven concreet maken. Je bent daarmee schakel én facilitator, niet alleen beslisser.

Praktische gewoontes die ik gebruik

Een paar simpele gewoontes die mij helpen om dienend leiderschap dagelijks te laten zien:

Ik maak tijd voor informele gesprekken waarin werk én menselijkheid aan bod komen.
Ik benoem positief gedrag dat bijdraagt aan onze doelen, zodat mensen weten wat werkt.
Dienend leiderschap is geen rolomschrijving op LinkedIn, maar iets wat je elke dag doet. Door consequent het belang van je team voorop te zetten, zorg je dat zij het beste werk kunnen leveren – en dat is uiteindelijk waar elke organisatie beter van wordt.

Van IT-nerd naar businesspartner: het echte snijvlak van business en IT

Van IT-nerd naar businesspartner: het echte snijvlak van business en IT

Van IT-nerd naar echte businesspartner

Ik ben mijn carrière begonnen als typische IT’er: technisch, inhoudelijk gedreven, gefocust op systemen en oplossingen. Pas later besefte ik dat ik pas echt waarde toevoegde toen ik ging begrijpen wat er vóór en ná mijn stukje in de keten gebeurde. Dat was voor mij de stap naar IT businesspartner worden: de rol waarbij techniek en business werkelijk samenkomen.

Die ontwikkeling is geen luxe meer, maar noodzaak. Organisaties verwachten dat IT niet alleen “de boel draaiend houdt”, maar actief meedenkt over waardecreatie, innovatie en klantervaring.

De keten zien: voor en na jouw taken en rollen.

Al vroeg in mijn loopbaan had ik de neiging om te vragen: wat gebeurt er met mijn werk nadat ik klaar ben? En wat gebeurt er eigenlijk ervoor?

Niet iedereen vond dat nodig. Ik kreeg opmerkingen als: “Jij hoeft dat toch niet te weten, dit zijn nou eenmaal jouw taken.” Maar ik merkte dat ik alleen goede keuzes kon maken als ik de context kende:

Welke klant raakt dit?
Welke afdeling heeft last van vertraging?
Hoe verdient het bedrijf hier eigenlijk geld mee?
Die nieuwsgierigheid heeft me uiteindelijk naar een bedrijfskundige studie geleid. Daarmee kon ik mijn IT-kennis koppelen aan inzicht in processen, financiën en menskant.

Weg van de leverancierrol

Er is een periode geweest waarin IT zich vaak opstelde als leverancier: “De business weet toch niks van IT, wij regelen het wel.” Dat leidt tot afstand, frustratie en misverstanden.

Business–IT alignment vraagt een ander beeld: IT als partner. Dat betekent:

  • De business begrijpt wat technisch mogelijk is en welke risico’s daarbij horen.
  • IT begrijpt hoe de business werkt, waar klanten van wakker liggen en waar het geld verdiend wordt.
    Beslissingen worden samen genomen in plaats van over en weer gegooid.
  • Agile werken helpt hierbij: door business en IT in één multidisciplinair team te zetten, ontstaan gezamenlijke verantwoordelijkheid en snellere feedbackloops. Meer over dit concept lees je in het Agile Manifesto.

De T-shaped IT-leider

De moderne IT-leider is in mijn ogen een T-shaped professional:

  • Diepe kennis in IT (de verticale poot van de T)
  • Breed begrip van business, processen en mensen (de horizontale balk).

Die combinatie maakt dat je:

  • Strategische gesprekken met de directie kunt voeren.
  • Tegelijk op de werkvloer snapt wat een wijziging betekent voor een medewerker in de operatie.
  • Technologische keuzes kunt vertalen naar begrijpelijke impact voor de business.

Literatuur over digitale transformatie benadrukt dat zulke T-shaped leiders cruciaal zijn om techniek en strategie duurzaam te verbinden.

Drie praktische stappen naar meer businesspartner‑schap

Voor IT’ers en IT-leiders die dezelfde beweging willen maken, zie ik drie praktische stappen:

  1. Loop mee in de operatie: ga letterlijk een dag naast een eindgebruiker zitten en kijk hoe jouw systemen hun werk beïnvloeden.
  2. Leer de taal van finance, sales en operations: je hoeft geen expert te worden, maar wel voldoende begrijpen om mee te praten over impact en waarde.
  3. Stel structureel de vraag “waarom doen we dit?” voordat je in de “hoe” duikt.

Op het moment dat je oprecht nieuwsgierig bent naar de business en niet alleen trots bent op de techniek, verandert je rol. Dan ben je geen leverancier meer, maar een volwaardige businesspartner – en dat is precies wat organisaties vandaag nodig hebben. Ontdek hoe Evolvers IT-professionals helpt groeien naar deze rol.

Herken je de situatie? Laten we praten.

Geen verkooppraatje. Gewoon een open gesprek over waar je staat en waar je naartoe wilt. Neem contact op — we reageren binnen één werkdag.

Contact opnemen

Strategie in het klein

Strategie in het klein

Strategie in het klein: zo vertaal ik drie KPI's naar dagelijks gedrag

Vrijwel elke organisatie die ik binnenkom, heeft een strategisch plan. Jaarplannen, mooie presentaties, heldere ambities. En toch merk ik dat medewerkers op de werkvloer vaak geen idee hebben wat dat voor hun dagelijkse werk betekent. De vertaling van strategische doelen naar concreet gedrag stokt in de lagen ertussen.

Daar zit voor mij de crux: strategie is pas iets waard als teams ermee kunnen werken. Het gaat niet om management door doelen, maar om het concreet maken van die doelen op elk niveau. Daarom werk ik altijd met "strategie in het klein": een paar duidelijke top-KPI's, die we laag voor laag vertalen naar concrete doelen en acties.

Drie KPI's aan de top

Het begint in de boardroom. Daar adviseer ik maximaal drie kern-KPI's die de richting van het bedrijf samenvatten. Denk aan klanttevredenheid, doorlooptijd van kernprocessen of winstgevendheid van een bepaald segment.

Die focus sluit aan bij strategiemodellen zoals de Balanced Scorecard van Kaplan en Norton, waarin een beperkt aantal strategische doelen wordt gekozen en vervolgens doorvertaald naar subdoelen op afdelings- en teamniveau. De Balanced Scorecard balanceert vier perspectieven:

  1. Financieel
  2. Klant
  3. Interne processen
  4. Leren & groeien.

Het uitgangspunt is dat organisaties niet alleen op financiële resultaten moeten sturen, maar ook op de drivers die toekomstige waarde creëren.

Hoe minder KPI's je hebt, hoe groter de kans dat iedereen ze kent en ernaar kan handelen. Bij te veel doelen verdwijnt de focus en wordt alles even belangrijk – wat in de praktijk betekent dat niets prioriteit heeft.

Van boardroom naar team: de cascade

Vervolgens knippen we die drie KPI's per organisatielaag op:

  • De directie vertaalt de drie KPI's naar drie doelen per domein (bijvoorbeeld commercie, operations, IT)
  • Domeinleiders vertalen die weer naar drie doelen per afdeling
  • Teams vertalen dit naar drie concrete kwartaaldoelen en afspraken over gedrag en acties

Je krijgt dan een piramide waarin heel veel doelen bestaan, maar allemaal traceerbaar terug te leiden zijn naar die drie top-KPI's. Dat zorgt voor alignment: iedereen werkt, op zijn eigen niveau, aan hetzelfde verhaal.

Dit lijkt sterk op OKR-denken (Objectives and Key Results): één overkoepelend Objective, met daaronder Key Results per niveau. OKR's leggen de nadruk op ambitieuze doelen, transparantie en frequente check-ins. Het verschil met mijn aanpak is dat ik het graag zo simpel mogelijk houd en het jargon weglaat; teams hoeven geen managementtaal te spreken om goed werk te leveren. Bingo doe ik wel als ik bejaard ben.

De kracht zit in de helderheid: elk team weet wat zijn bijdrage is aan de strategische koers, en die bijdrage is uitgedrukt in meetbare, haalbare kwartaaldoelen.

IT-strategie volgt businessstrategie

Een belangrijk principe dat ik altijd hanteer: IT-strategie moet aansluiten op de businessstrategie. Zo simpel is het. Je faciliteert een bedrijf en daar moet je je op afstemmen.

Literatuur over Business–IT alignment benadrukt dat succesvolle organisaties IT-strategie en businessstrategie expliciet aan elkaar koppelen. Henderson en Venkatraman beschrijven in hun Strategic Alignment Model (SAM) dat alignment wordt bereikt wanneer business strategy, IT strategy, business infrastructure en IT infrastructure met elkaar in sync zijn. Slechte alignment leidt tot suboptimale performance en gemiste kansen.

In de praktijk betekent dit:

  • De drie business-KPI's bepalen welke IT-initiatieven prioriteit krijgen
  • IT-projecten die niet aantoonbaar bijdragen aan die KPI's, krijgen lagere prioriteit of worden uitgesteld
  • IT werkt niet als aparte leverancier, maar als partner die meedenkt over waardecreatie

Die alignment is geen eenmalig document, maar een doorlopende dialoog tussen business en IT over wat nodig is en wat mogelijk is.

Geen jaarplan in de la, maar een lopende cyclus

Belangrijk is dat je dit niet eenmalig doet aan het begin van het jaar. Ik zie nog te vaak dat er een jaarplan wordt gemaakt, het applaus klinkt tijdens de kick-off, en een jaar later kijkt men terug: "Wat hebben we er eigenlijk van gedaan?"

In plaats daarvan werk ik met een doorlopende cyclus:

• Kwartaalgesprekken over voortgang op die drie doelen

• Bijsturen wanneer de werkelijkheid verandert

• Doelen aanscherpen of herprioriteren als blijkt dat iets minder belangrijk is geworden

Dat past goed bij een agile manier van werken: korte feedbackloops, iteratief bijsturen, maar wel binnen een heldere strategische lijn. Het is portfolio management op zijn best: met elkaar op verschillende lagen naar hetzelfde toe werken.

Overzicht houden en blijven bijsturen

Het concretiseren van doelen op elke laag binnen de organisatie – dat is wat vaak lastig is. De vertaling naar de operatie toe, daar zie ik heel vaak dat het vertraging oploopt.

De oorzaak? Gebrek aan overzicht, het niet maken van keuzes en onvoldoende bijsturing. Het is een continu proces, niet iets wat je één keer per jaar doet. Organisaties die hier goed in zijn, hebben een systeem waarin:

  1. Iedereen weet wat de drie strategische doelen zijn
  2. Elk team zijn eigen vertaling heeft gemaakt naar kwartaaldoelen
  3. Er regelmatig (kwartaal of maandelijks) wordt bijgestuurd op voortgang
  4. Er besluitvaardigheid is om projecten te stoppen of bij te sturen als ze niet bijdragen

Dat vraagt discipline, maar het resultaat is dat strategie daadwerkelijk landt in de dagelijkse praktijk.

Strategie wordt pas echt als mensen het voelen

Strategie gaat voor mij pas leven als een medewerker op de servicedesk, in een developmentteam of bij HR kan uitleggen hoe zijn werk bijdraagt aan één van die drie top-KPI's.

Daarom besteed ik veel aandacht aan het gesprek:

"Wat betekent deze KPI voor ons team?"

"Wat zien wij in de praktijk wat de board niet ziet?"

"Welke drie dingen kunnen wij dit kwartaal doen om echt verschil te maken?"

Op dat moment is strategie geen document meer, maar iets wat mensen samen vormgeven. En dat is precies het niveau waarop verandering wél blijvend wordt.

Top-down geeft richting, bottom-up zorgt voor eigenaarschap en realiteitstoets. Die combinatie is nodig om strategie te laten slagen.

Herken je de situatie? Laten we praten.

Geen verkooppraatje. Gewoon een open gesprek over waar je staat en waar je naartoe wilt. Neem contact op — we reageren binnen één werkdag.

Contact opnemen